Ereis.

Een serie gipsen sculpturen van Dirk Zegel.

Ereis 1

Ereis is een oud woord dat ‘eens’, ‘ooit’, ‘een keer’ of ‘reis’ betekent en afstamt van ‘ene reise’ of modern vertaald ‘een reis’. Dit woord doelt in mijn vocabulaire op de herinnering van een ervaring. Als titel voor mijn serie gipsen beelden refereert het specifiek aan de ervaringen die ik heb opgedaan tijdens een aantal reizen naar diverse half vervallen spooksteden rond Berlijn. Uit deze ervaringen haal ik een deel van de inspiratie voor deze werken.

Ereis als woord en titel refereert ook aan tijd en verval en hoewel dit sterk naar voren komt in deze serie weken is het niet bewust toegevoegd, maar slechts bewust toegelaten. Imperfecties in de vele stappen van het maak proces stapelen zich op tot details die de tand des tijd lijken te laten zien en waar ik in eerste instantie blij verrast door was. Het in verschillende mate toelaten van imperfecties, bij de verschillende stappen in het proces kan tot zeer uiteenlopende resultaten leiden. Maar tijd en verval zijn slechts prettige bijkomstigheden in deze serie werken.

Ook zijn deze werken geen aanklacht tegen de recente oorlog in Syrië. De eerste keer dat dit werk door iemand in verband gebracht werd met Aleppo was ik licht geïrriteerd. Dit was niet wat ik met dit werk bedoel. Maar naar mate me dit steeds vaker gemeld werd ben ik gaan begrijpen dat Ereis en Aleppo wel degelijk verband houden. Kijk zonder lading naar Aleppo, zonder doden, zonder leed, maar meer als vorm van gebrokkeld steen, en wat over blijft herbergt een zelfde schoonheid als wat ik in Ereis heb geprobeerd te vangen.

Ereis 2

Wat ik wil laten zien is iets onzichtbaars en dat bedoel ik heel concreet. Sommige dingen kunnen we niet zien, maar we weten zeker dat ze er zijn dankzij kennis, extrapolatie of logica. Ik heb deze dingen altijd erg belangrijk gevonden. Misschien zelfs even belangrijk als de dingen die we wel gewoon kunnen zien. Ik heb me dikwijls gestoord aan mijn speelgoed die van buiten soms prachtig gedetailleerd kon zijn, maar van binnen nooit kloppend was. De papieren modelhuisjes die ik als kind in elkaar lijmde hadden dan ook hele constructies in de spouwmuren die ik na het verlijmen nooit meer zou zien. En nog steeds, als ik bijvoorbeeld halverwege een mooi muziekstuk weg moet, laat ik de muziek doorspelen in mijn verlaten huis, ook al zijn er dan geen oren aanwezig om de muziek te horen eindigen. Het ontbreken van een waarnemer ontneemt in mijn optiek niets het bestaansrecht, en het zonder daadwerkelijk waar te nemen weten geeft mij een enorme voldoening.

Bij de beeldenserie Ereis heb ik de binnenkant met net zoveel aandacht gemaakt als de de buitenkant. Ik heb om deze reden een productieproces bedacht die aan elke individuele ruimte evenveel aandacht schenkt. Elke ruimte wordt stuk voor stuk uit was gegoten en de imperfecties worden met een mesje handmatig gereduceerd. Bewerkelijk, maar één van de weinige manieren om dit gevoel gestalte te geven.

Ereis 5

Om de binnenruimte van de uiteindelijke sculpturen te laten kloppen bedenk ik systemen van kamers, gangen, deuropeningen en ramen die op een bepaalde manier aan elkaar te passen zijn. Deze kamers en gangen worden in eerste instantie in negatief gemaakt van hout om als mal te kunnen dienen voor een positieve siliconen mal. Deze siliconen mal gebruik ik vervolgens om de kamers wederom in negatief af te gieten, van paraffine was. Deze wassen bouwstenen worden weer gebruikt om een macrostructuur te bouwen in een grote mal van MDF. In de holle ruimten tussen de paraffine in de houten mal wordt vervolgens een speciaal soort gips gegoten en na uitharding van het gips wordt de paraffine uit de sculptuur weggesmolten.

Door imperfecties zijn de ruimten vooral dieper binnenin de grotere sculpturen slecht of niet te zien. Maar als we de binnenkant van mijn werken niet kunnen zien, hoe weten toeschouwers dan dat deze binnenkant gemaakt is? Als ze mij op mijn woord moeten geloven verwordt het werk tot een conceptueel werk dat meer met de kat van Schrödinger te maken heeft dan met het gevoel dat ik over probeer te dragen. Ik heb daarom geëxperimenteerd met het openwerken van de sculpturen door delen af te brokkelen(Ereis S1.01), rare vormen toe te voegen(Krochten), binnenruimten te creëren(Ereis S3.02) of zeer open systemen te bedenken (Ereis S9.xx). Bij sommige sculpturen zijn delen van de binnen structuur niet zichtbaar, maar is er naar mijn mening genoeg bewijs geleverd om te kunnen vertrouwen dat de kamers en gangen ook door zullen lopen op de plekken waar je ze niet kunt zien.

Ereis 4

Op dit moment zijn er van de 13 ontworpen systemen 3 verschillende systemen (en dus siliconen mallen) daadwerkelijk gemaakt. Systeem1, 3 en 9, die als S1, S3 en S9 in de namen van de individuele werken verwerkt zijn.  Waar ik afgeweken ben van de beoogde toepassing van het systeem, maar wel een kloppende interne structuur heb kunnen behouden is de letter b als toevoeging in de naam van werken opgenomen. Waar een sculptuur is gecreëerd met een niet perfecte toepassing van het systeem is de letter c toegevoegd. En waar het systeem wordt losgelaten gebruik ik de titel ‘Krochten’ in plaats van Ereis.

Bij S1 en S3 zijn de vormen van de individuele kamers en gangen nog duidelijk te herleiden naar gebouwen, voornamelijk door de verhoudingen van de openingen tussen de ruimten, die duiden op ramen en deuren. Bij S9 is de referentie naar ramen en deuren helemaal losgelaten, maar doen de resulterende sculpturen toch onverminderd denken aan een gebouw. Verdere abstrahering ga ik nog onderzoeken.

Wat ik nu precies wil zeggen met Ereis zal later door geschiedschrijvers moeten worden beantwoord. Het is een gevoel op de uiterste grenzen van mijn bevattingsvermogen en daarom voor mij interessant genoeg om na te jagen. Het is ook niet zozeer dat ik met mijn kunst iets wil zeggen, maar meer dat ik mensen iets wil geven. Een ervaring. Ereis.

Ereis 3